Een dagje uit is gedaald in populariteit. Daardoor wordt er minder uitgegeven aan een drankje en hapje onderweg. Tussen 2009 en 2011 zijn de jaarlijkse uitgaven aan consumpties tijdens dagtripjes met 130 miljoen teruggelopen, tot 11,3 miljard, blijkt uit tweejaarlijks onderzoek van NBTC-NIPO Research. De terugloop in vrijetijdsactiviteiten, minstens een uur het huis uit zonder overnachting, is vooral te wijten aan de economische crisis, menen de onderzoekers. „Maar er is ook meer concurrentie op de vrijetijdsmarkt gekomen”, zegt onderzoekster Anke ten Velde. „Er zijn binnenshuis nieuwe activiteiten bijgekomen, waardoor mensen minder uithuizig bezig zijn. Denk aan gamen en nieuwe media.”
De belangrijkste vrijetijdsbesteding (25 procent) is buitenrecreatie, zoals wandelen of fietsen. Op de tweede en derde plaats staan (16 procent) winkelen-'funshoppen’ en sporten. Vijftigplussers mogen zichzelf tijdens het funshoppen opvallend graag een tractatietje gunnen. Zij gaven voor ruim 316 miljoen euro uit aan ’iets lekkers onderweg’, op een totaal van 1,1 miljard euro tijdens het recreatief winkelen. Bij uitgaan als recreatieve activiteit, waaronder horecabezoek, bowlen en kegelen, besteedden de Nederlanders het meest aan consumpties: 6,3 miljard euro.
De grote getallen verhullen dat de Nederlanders eigenlijk tamelijk zuinig zijn tijdens uitjes. Per persoon per activiteit gaven Nederlanders zegge en schrijve 3,37 euro uit aan consumpties onderweg. Zeker in grote steden nauwelijks voldoende voor een kopje koffie.
Bron: Eindhovens Dagblad, 23 februari 2012